Eindconclusies en advies online

28 February 2007

Met het opleveren van het eindrapport en de conclusies is hierbij het vraagstuk van de school afgesloten. De vragen zijn beantwoord en de school weet nu hoe zij prentenboeken optimaal in de klassepraktijk kunnen inzetten.

Bekend prentenboek stimuleert taalproductie optimaal
Uit het onderzoek van de school blijkt dus dat werken met een digitaal prentenboek taalproductie oplevert, maar wel minder dan voorafgaand aan het onderzoek werd verwacht. Door ervoor te zorgen dat leerlingen de computervaardigheden die ze nodig hebben bij het werken met een digitaal prentenboek beheersen en ze werken met een bekend verhaal, kan de (verhaalgerelateerde) taalproductie optimaal worden gestimuleerd.

Digitaal prentenboek zinnig als onderdeel van reeks activiteiten
Ook blijkt uit het onderzoek dat interactief taalleren met digitale prentenboeken kan plaatsvinden wanneer:
  • verhaalbegrip van het desbetreffende verhaal (in enige mate) aanwezig is,
  • leerlingen zich betrokken voelen bij de activiteit en het verhaal,
  • leerlingen de vaardigheden beheersen om de activiteit uit te kunnen voeren,
  • de leerkracht weet hoe hij/zij interactie kan stimuleren en taalproductie kan uitlokken.

Ook blijkt uit de activiteiten van de scool dat een zelfgemaakt digitaal prentenboek met een animatiefiguurtje een zinvolle activiteit is om de taalproductie met betrekking tot het verhaal te stimuleren. Het in de goede volgorde zetten van verhaalplaten is een activiteit waarbij er minder sprake is van taalproductie. Wel zijn leerlingen goed betrokken bij het verhaal en is er sprake van veel non verbale reacties. Voor taalproductie is dit echter een minder geschikte activiteit.

In het eindrapport (PDF) zijn alle conclusies op een rij gezet.




Acties
Mail dit bericht naar een kennis
Print dit bericht