Eerste pilot al van start

17 April 2007

De indienende school werkt samen met andere scholen in de stichting ROOBOL. Stichting ROOBOl staat voor Openbaar basischonderwijs in het gebied Lauwersland, gelegen in het nooordoosten van Friesland.

Door één van de samenwerkende scholen is er rondom dit idee al een eerste pilot uitgevoerd. Om dit te kunnen doen is een aantal partijen van belang:
  • Stichting Arte del Norte
    Uitvoerend orgaan van de Stichting Interregionale Interculturele Interactie (Stichting III). De stichting wil de bevolking van het gebied zeer nauw betrekken bij projectn die zij uitvoert zodat de vele cultuurhistorische elementen ontsloten worden voor een breder publiek. Doel is het creëren en behouden van het noordelijk cultureel erfgoed.
  • Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, studenten Communication & Media Design
    De studenten doen het project in het kader van hun afstuderen. Begeleiden leerlingen intensief. Leuke bijkomstigheid is dat ook ouders en grootouders kennismaken met de toepassing van multimedia en internet.
  • Hogeschool Windesheim Zwolle, studenten journalistiek
    Zijn mogelijke partners bij het begeleiden van leerlingen in het stellen van goede vragen en verwerking in de multimediaproducties.
  • Fryske Akademy
    Centrum voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs in de Friese maatschappij, taal en cultuur.
  • Afûk
    Instituur voor Friese taalonderwijs
In het pilotproject gaan de leerlingen van de Theun de Vriesskoalle in Veenwouden op een leuke en spannende manier 'op zoek naar een grijs verleden' in de gemeente Dantumadeel. De Schierstins als enig overgebleven stins in Fryslân staat centraal. Samen met hun onderwijzer Richard vd Beek en de (oud-)onderwijzers Haan Minnema en Hetty Post gaan ze als jonge onderzoekers speuren naar overblijfselen uit de hoge Middeleeuwen (1100-1500). In deze periode waren de Cisterciënzers actief in het vroegere Friese Koninkrijk, een gebied van België tot Denemarken en Poelen. Deze Cisteciënzer monniken en nonnen brachten de toenmalige leegte en woestenij tot ontwikkeling. Ze bouwden behalve klooster en kerken ook boerderijen en sluizen. Daarvoor gebruikten ze stenen die ze zelf bakten van de knipklei die ruimschoots aanwezig was. De legden wegen, kanalen en dijken aan, zorgden voor de waterregulering en verkavelden het land in mooie rechthoekige percelen, omgeven door elzenstruiken. Bovendien hielden ze zich bezig met onderwijs, geneeskunde en verpleging. Zo brachten ze de hele noordelijke regio tot ontwikkeling, leerde men de bevolking lezen en schrijven en ontstonden er behalve scholen ook universiteiten en ziekenhuizen in steden en dorpen. Kortom, een cultuurhistorie die de moeite waard is om te ontdekken en vast te leggen.

De kinderen doen dat op een bijzondere wijze en nemen de ouders daarbij mee. Ouders en grootouders bleken het al snel niet te kunnen laten om zich te bemoeien met het onderzoek van de kinderen. Maar ook experts (historici en leken) uit de regio, kennisinstellingen zoals musea en zelfs dorpsverrenigingen worden gebruikt om de historische route meer en meer vorm te laten krijgen. Zo is het de bedoeling eendigitale bibliotheek van verhalen en achtergrondinformatie te laten ontstaan. De multimediaproducties worden op internet gebpubliceerd om weer in het onderwijs te kunnen gebruiken. Daarbij worden uiteraard weer verbindingen gelegd met musea of verenigingen.

Doel is deze kennis niet alleen in te zetten bij geschiedenis en wereldoriëntatie, maar ook bij expressievakken en taalonderwijs.




Acties
Mail dit bericht naar een kennis
Print dit bericht