Over de gehele breedte van het onderwijs is een ontwikkeling gaande naar competentiegericht werken. Kennen in dienst van kunnen en toepassingsgericht. Doelen zijn daarbij ook om eigentijdser, inspirerend onderwijs te realiseren dat beter aansluit op de belevingswereld van kinderen / deelnemers en op hun manieren van leren en communiceren ook buiten de school / opleiding. Tevens is daarbij van belang dat de buitenwereld en de actualiteit de school worden binnengehaald. ICT wordt expliciet genoemd om te helpen een derde doelstelling te realiseren: creatief uitdagend en differentiatie naar leerstijl en talenten.
Vraagstuk
183 - Hoofdvraag:
Kan door de inzet van een virtueel taaldorp op een efficiëntere en effectievere manier aantrekkelijk, realistisch en toepassingsgericht taalonderwijs gegeven worden aan leerlingen in het voortgezet onderwijs dan door (enkel) gebruik te maken van een fysiek taaldorp?
Belanghebbende zijn:
• De leerlingen – deze zijn gebaat bij goed taalonderwijs dat motiverend is en aansluit bij hun leefwereld. Voor veel leerlingen is de virtuele wereld ook de eerste wereld waarin zij leren (moeten) communiceren in een vreemde taal (vooral Engels).
• De docenten – deze zijn gebaat bij een omgeving waarin zij op een efficiënte en effectieve manier goed taalonderwijs kunnen verzorgen. De uitvoering van een fysiek taaldorp vergt veel voorbereiding. Vaak wordt op school maar één keer per jaar een fysiek taaldorp ingericht en gebruikt. Een virtueel taaldorp is gedurende het hele jaar beschikbaar. Door gebruik te maken van een virtueel taaldorp is het ook makkelijker mensen van buiten de school te betrekken bij in het onderwijs, zoals bijvoorbeeld docenten-in-opleiding, docenten die met de VUT of met pensioen zijn en mensen uit de doeltaallanden.
• De schoolleiding – deze is gebaat bij goede resultaten en gemotiveerde leerlingen en docenten. Het onderwijs moet ook op een efficiënte en effectieve manier kunnen worden aangeboden.
• De docenten-in-opleiding – deze leren omgaan met nieuwe communicatietechnologiën in het MVT onderwijs en krijgen de mogelijkheid hier praktijkervaring mee op te doen. Op deze manier worden ze beter voorbereid op het vak van MVT docent.
• De docentenopleiders – deze krijgen de mogelijkheid om nieuwe communicatietechnologiën in hun onderwijs in te passen en hun leerlingen (nog) beter voor te bereiden op het docentschap.
• Expertise centra – het gebruik van virtuele werelden in het MVT onderwijs is nieuw. De deelnemende expertise centra krijgen doormiddel van dit project de mogelijkheid hun expertise op dit gebied verder uit te breiden en te ontwikkelen.
Deelvragen:
1. In hoeverre is een virtueel taaldorp efficiënter en effectiever in gebruik dan (enkel) een fysiek taaldorp?
2. In hoeverre is een virtueel taaldorp motiverend voor leerlingen en docenten?
3. In hoeverre bevordert een virtueel taaldorp het zelfstandig en actief leren van leerlingen?
4. In hoeverre is het mogelijk meer individueel en meer gedifferentieerd onderwijs aan te bieden aan de leerlingen wanneer gebruik gemaakt wordt van een virtueel taaldorp?
Verwachte bijdrage ICT
ICT wordt gebruikt bij dit vraagstuk om de leerlingen op een efficiënte en effectieve manier toepassingsgericht taalonderwijs te kunnen geven. ICT wordt gebruikt om leerlingen een motiverende werkomgeving te kunnen aanbieden, die aansluit bij hun belevingswereld, het zelfstandig en actief leren bevorderd en waarin gedifferentieerd kan worden naar niveau en interesse.
Met behulp van ICT wordt een virtueel taaldorp gebouwd en beschikbaar gesteld. In het taaldorp voeren leerlingen taaltaken uit op bepaalde (nagebouwde) locaties waarbij taalvaardig competente gesprekspartners hen te woord staan en hun taalvaardigheid beoordelen. Als gesprekspartner kunnen docenten functioneren, docenten-in-opleiding, en andere competente gesprekspartners (bijvoorbeeld mensen uit de doeltaallanden). Het is ook mogelijk leerlingen onderling te laten oefen, met leerlingen van andere scholen en/of vanuit het buitenland. Naast het uitvoeren van taaltaken zullen de virtuele werelden ook gebruikt worden voor het ontwikkelen en uitvoeren van adventures.
De verwachting is – mede daar het gebruik van virtuele werelden aansluit bij hun belevingswereld - dat dit motiverend werkt voor de leerlingen. Het verwerven van taalvaardigheden in een virtuele wereld maakt het leren van een taal ook minder abstract dan bijvoorbeeld uit een boek en/of via voorgeprogrammeerde oefeningen op een computer. In een virtuele wereld komt een leerling ook een virtuele ‘bakker’ tegen die er ook uitziet als een ‘bakker’, de verwachting is dat de leerlingen zich hierdoor makkelijker in kunnen leven dan als zij communiceren met een fysieke ‘bakker’, die lijkt op hun ‘docent’. Doordat de virtuele wereld ook zonder de docent gebruikt kan worden bevorderd dit ook het zelfstandig en actief leren. De mogelijkheid om gespreken op te nemen en later af te luisteren vergroot ook de mogelijkheden om de leerlingen te begeleiden en van feedback te voorzien.
Inzet ICT
ICT in de klas
ICT buiten de klas
Ter ondersteuning van het leren
Ter ondersteuning van de organisatie