|
Kennisnet is de ondersteunings- organisatie op het vlak van onderwijs en ict. |
Europees taalportfolio
Met dit taalportfolio kunnen leerlingen hun ervaringen met het leren van talen documenteren. Per vaardigheid – luisteren, lezen, spreken, schrijven en gesprekken voeren – kunnen leerlingen hun eigen niveau vaststellen en suggesties ter verbetering vinden. Dat maakt hun eigen verantwoordelijkheid in het leerproces groter. ICT in de klas Uit de praktijk van een docent VO:’Onze leerlingen zijn gewend om te werken met taken voor een bepaalde periode. Voor de spreektaak ‘Uit eten’ kunnen de leerlingen bijvoorbeeld een rollenspel opnemen op video of iPod, dat ze naar mij mailen. Voor de luistertaak ‘Afspraak maken’ doen ze zelfstandig opdrachten in de mediatheek en maken daarvan een digitaal verslag’. Een taalportfolio maakt het voor de leerling mogelijk precies aan te geven wat hij of zij kan. Dat kan door de taalscores bij te houden en voorbeelden op te nemen van taken die je in een vreemde taal hebt afgerond, zoals het schrijven van brieven, het uitvoeren van een e-mailproject op school of het opnemen van een telefoongesprek. ICT-voorbereiding voor de docent ‘De talen neem je je hele leven mee in je digitale rugzakje’ zegt een docent van het Spinozalyceum waar 12 docenten met het taalportfolio werken, het is een praktisch instrument dat de leerlingen de verantwoordelijkheid geeft voor alle onderdelen van de taal. Docenten zijn bereid om de ICT-stap te nemen en om tijd en moeite te steken in de pilot van het taalportfolio. De talenbiografie is eigenlijk de digitale 'werkplaats' van de leerlingen en bestaat uit drie delen: een talenpaspoort, een taalbiografie en een dossier. Klassenmanagement De docent kan met één blik op alle taalportfolio’s zien hoe de taalontwikkeling van de leerlingen verloopt. Daarop kan hij/zij het programma afstemmen. Docent en leerling bespreken samen wat de leerling kan doen om op het gewenste peil te komen. Uiteindelijk kan een leerling zelfstandig bepalen waar hij of zij nog aan moet werken. Een leerling kan bijvoorbeeld constateren dat Gespreksvaardigheid nog niet zo lukt, dat Luisteren wel op goed niveau is, maar Lezen nog geoefend moet worden. Schoolmanagement Op dit moment voert een groep van vijftien VO-scholen een pilot uit met een digitale versie van het taalportfolio. In bijeenkomsten met docenten van de scholen en de ontwikkelaars komen verschillende knelpunten aan de orde: technische (hoe werk je vanaf de website?), inhoudelijke (is de terminologie en structuur helder voor leerlingen?) en didactische (hoe zet je het in in de klas?). Docenten en ontwikkelaars denken samen na over mogelijke oplossingen hiervoor. Het ICT-praktijkvoorbeeld langs de lat van Vier in balans plus? Visie Scholen in Nederland zijn de eerste scholen in Europa die het taalportfolio digitaal aanbieden. Nederland geeft regelmatig voorlichting in andere landen die interesse tonen in het overnemen van het digitaal taalportfolio. Schoolleiders en docenten zijn van mening dat de leerlingen in de toekomst hun vaardigheden kunnen toepassen in contacten met ‘native speakers’. Ook kunnen leerlingen dan zien op welk niveau van het Europees Referentiekader zij zitten. Ook vinden er in Nederland aansluitingspilots plaats voor de doorgaande lijn van het VMBO naar bijvoorbeeld het ROC (Den Haag en Amsterdam). Software Het is de bedoeling van docenten en ontwikkelaars dat steeds meer opdrachten en materiaal uit de lesmethoden worden gekoppeld aan taken voor het digitaal taalportfolio. De software in de ‘taalbiografie’ bevat taalscores en checklists. Door deze checklists in te vullen kan de leerling bepalen welk niveau is behaald. Deskundigheid In bijeenkomsten met VMBO-scholen, ROC’s en de ontwikkelaars wordt bekeken of de ROC’s uit de voeten kunnen met de startsituatie van de leerling, in beeld gebracht met het digitaal taalportfolio. Naar aanleiding hiervan wordt ook gesproken over de afstemming m.b.t. de inrichting van het onderwijs en eindexamenprogramma’s voor moderne vreemde talen. Cito-examens moeten op het taalportfolio worden afgestemd, zodat voor leerlingen en docenten duidelijk is waar men met de talen naartoe werkt op de scholen. Infrastructuur De uitwisseling tussen de verschillende scholen draagt bij aan de verbetering van het portfolio en aan een doorgaande lijn tussen het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het vervolgonderwijs. Uiteindelijk streeft men naar vergelijking binnen Europa. Er wordt gewerkt aan een digitale takenbank om met elkaar materiaal te kunnen uitwisselen. Leiderschap Voor scholen draagt het taalportfolio ertoe bij om een duidelijke leerlijn te trekken. Het is per vaardigheid en per niveau duidelijk zichtbaar voor docent en leerling wat de leerling moet kunnen. Taken voor de ene taal kunnen gebruikt worden bij andere talen, wat tijdsbesparing voor de docenten oplevert. Samenwerking Expertisecentrum MVT en ICT (Nationaal Bureau voor Moderne Vreemde Talen) Enschede; ministerie van OCW; landelijke centra voor onderwijsondersteuning (SLO, CINOP, CPS, Vedocep). URL www.nabmvt.nl; www.werkplaatstalen.nl; www.europeestaalportfolio.nl; www.ictopschool.net/snel/vo-in-beweging School VO-scholen, PO-scholen, ROC’s :Petrus Canisiuscollege, Alkmaar; Spinoza Lyceum, Amsterdam; UniC, Utrecht; Hervion College,’s Hertogenbosch; Mondriaan Onderwijsgroep (MBO), Den Haag. Als u vragen heeft over dit voorbeeld kunt u verder kijken op de site van de school( of van een van de samenwerkende partners) of u kunt contact opnemen met Ict op School via samenwerking@ictopschool.net. |