Communiceren docenten via een ELO met hun leerlingen?

31 October 2006

Docenten gebruiken de communicatiefuncties binnen een Elektronische Leeromgeving (ELO) weinig. En dat geldt voor meer functies. De beelden van docenten en ontwikkelaars over de functies die een ELO zou moeten hebben, lopen niet synchroon. De ontwikkelaars hebben een ander beeld van de docent en van de manier waarop docenten onderwijs geven. Het is ook de vraag of de docent wel de behoefte heeft aan veel functionaliteiten. De meeste zijn er al in andere vorm, dus een ELO is een beetje mosterd na de maaltijd.

Dit blijkt uit  het onderzoek dat Anita van Essen in opdracht van Ict op School uitvoerde in het kader van haar afstudeerstage ‘Communication and Multimedia Design bij de
Willem de Kooning Academie’.

Vraag
De hoofdvraag van het onderzoek was: Op welke manier voldoet het aanbod van functionaliteit in een ELO met betrekking tot communicatie in een leersituatie aan de behoefte van de docent?

Antwoord
Het antwoord op die vraag luidt dat het aanbod niet echt aan de vraag voldoet. Er zijn veel functies in een ELO. Maar lang niet alle functies worden gebruikt. Dat komt omdat er al bestaande kanalen naast de ELO in gebruik zijn. Bijvoorbeeld het schooladministratiesysteem en de website van de school.

Ook worden functies niet gebruikt omdat leerlingen daar een ander beeld en beleving bij hebben. Docenten ervaren dat leerlingen mail en schoolaangelegenheden apart willen houden. En dat bestaande e-mail al voldoet.

Lees het hele onderzoek: Gebruik van de Elektronische Leeromgeving in het Voortgezet Onderwijs voor communicatie in leersituaties (doc, 440 Kb)






Acties
Mail dit bericht naar een kennis
Print dit bericht